ECLI:NL:RBAMS:2024:836
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. van de Water
- J.C.S. van Limburg Stirum
- C.M. Delstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de verzendtheorie bij naheffingsaanslag parkeerbelasting en rechtmatigheid dwangbevel
Eiser maakte bezwaar tegen een dwangbevel vanwege een naheffingsaanslag parkeerbelasting die hij niet tijdig had betaald. De rechtbank beoordeelde of de aanmaning en het dwangbevel op juiste wijze waren verzonden en of het vermoeden van ontvangst van de aanmaning kon worden ontzenuwd.
De heffingsambtenaar had een batch van duizenden aanmaningen via een geautomatiseerd proces verzonden, ondersteund door een verzendadministratie met bevestigingen van PostNL. De rechtbank stelde vast dat deze administratie voldoende aannemelijk maakte dat de aanmaning was verzonden. Eiser kon het vermoeden van ontvangst niet overtuigend betwisten, ondanks zijn stelling dat hij de aanmaning niet had ontvangen.
De rechtbank overwoog kritisch of de verzendtheorie nog houdbaar is, gezien recente jurisprudentie en het belang van rechtsbescherming, maar concludeerde dat in deze zaak de naheffingsaanslag ook via MijnOverheid correct was bekendgemaakt. Hierdoor was het beroep ongegrond en kreeg eiser geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard omdat de naheffingsaanslag via MijnOverheid correct is bekendgemaakt en het vermoeden van ontvangst niet is ontzenuwd.