ECLI:NL:CRVB:2022:162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens niet-tijdige aanvraag
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de aanvangs- en maandelijkse kosten van bewindvoering en mentorschap, maar het college wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de maand na de beschikking van de rechtbank was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overweegt dat bijzondere bijstand in beginsel niet wordt verleend voor kosten die vóór de aanvraagdatum zijn gemaakt, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, wat hier niet het geval is.
Appellant stelde dat het buitenwettelijk begunstigend beleid niet consistent werd toegepast en vroeg aanhouding van de zaak in afwachting van een Wob-procedure, maar slaagde hier niet in. De Raad oordeelde dat een enkele fout in een ander geval onvoldoende is om inconsistentie aan te nemen en dat het verzoek om aanhouding te laat en onvoldoende onderbouwd was.
Daarmee wordt het bestreden besluit bevestigd en is er geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens niet-tijdige indiening wordt bevestigd en het verzoek om aanhouding afgewezen.