ECLI:NL:CRVB:2019:2798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten tweede bewindvoerder zonder terugwerkende kracht
Appellanten hadden bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van bewindvoering door een tweede bewindvoerder, Apollo Insolventie, na ontslag van de eerste bewindvoerder OBIN. De aanvraag werd afgewezen omdat deze pas werd ingediend nadat de kosten waren gemaakt en er geen bijzondere omstandigheden waren die terugwerkende kracht rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat een nieuwe bewindvoerder een nieuw dossier moet opbouwen en dat daarom terugwerkende kracht tot drie maanden verleend zou moeten worden volgens het beleid. Zij overlegden ook eerdere beslissingen waarin Apollo Insolventie wel terugwerkende bijzondere bijstand kreeg.
De Raad oordeelde dat het beleid, hoewel buitenwettelijk begunstigend, consistent is toegepast en dat het feit dat het een tweede bewindvoerder betreft betekent dat het geen eerste aanvraag is. De eerdere beslissingen waarbij terugwerkende kracht werd toegekend waren fouten. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten van de tweede bewindvoerder zonder terugwerkende kracht wordt afgewezen.