ECLI:NL:CRVB:2022:1268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Ziektewetuitkering na ontslag wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 1985 werkzaam bij de RDW en meldde zich in juni 2016 ziek. Na een strafrechtelijke veroordeling werd hij per 1 juni 2017 ontslagen. Hij vroeg een Ziektewetuitkering aan, welke door het Uwv werd geweigerd omdat hij niet arbeidsongeschikt was op het moment van ontslag.
De bedrijfsarts van de RDW en een arts bezwaar en beroep van het Uwv concludeerden dat appellant op 1 juni 2017 niet ongeschikt was voor zijn werk. Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat het niet door een geregistreerd verzekeringsarts was gedaan en dat hij recht had op een ZW-uitkering op grond van eerdere adviezen.
De Raad oordeelde dat het onderzoek voldeed aan kwaliteitseisen, ook als het door een arts in opleiding was uitgevoerd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn faalden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.