Uitspraak
19.3320 JW, 19/3321 JW
17 juni 2019, 16/2087 (aangevallen uitspraak)en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep geoordeeld over een geschil tussen het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar en betrokkenen over jeugdhulp op grond van de Jeugdwet. De rechtbank had het beroep van betrokkenen gegrond verklaard en het besluit van 17 maart 2016 vernietigd, maar had ten onrechte zelf in de zaak voorzien door voorzieningen toe te kennen. De Raad vernietigt dit deel van de uitspraak en bevestigt dat het college het gebrek in het besluit heeft hersteld door de aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding door de stiefvader terecht af te wijzen.
Het college liet een gedragswetenschapper en jeugd- en gezinscoach nader onderzoek doen naar de noodzakelijke hulp en de eigen mogelijkheden van de ouders. Zij concludeerden dat professionele begeleiding noodzakelijk is vanwege psychiatrische problematiek en dat de stiefvader niet als begeleider kan worden ingezet. Betrokkenen voerden aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de rol van de stiefvader onvoldoende was betrokken, maar de Raad verwierp deze stellingen.
Verder behandelde de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De totale procedure duurde ruim vijf jaar, wat de redelijke termijn overschrijdt. De Raad verdeelde de aansprakelijkheid tussen de Staat en het college en veroordeelde beide tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan betrokkenen. Ook veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De Raad vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank, bevestigt het vernietigen van het besluit van 17 maart 2016, en veroordeelt Staat en college tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.