Uitspraak
,in het geding tussen verzoeker en het Centraal Administratie Kantoor.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft in hoger beroep een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter, stellende dat deze systematisch dwingend EU-recht zou hebben geschonden en dat onpartijdigheid daardoor in het geding zou zijn.
De Raad overweegt dat het enkel eerder in het ongelijk stellen van verzoeker of eerdere uitspraken over dezelfde rechtsvraag niet leiden tot een schending van onpartijdigheid. Verzoeker bracht geen feiten aan die een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid opleveren of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarnaast oordeelt de Raad dat het wrakingsverzoek misbruik van het wrakingsmiddel betreft, mede omdat verzoeker dit kort voor de zitting indiende en reeds in andere procedures soortgelijke verzoeken heeft gedaan die ook niet in behandeling werden genomen.
De Raad besluit het verzoek niet in behandeling te nemen en bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in dit hoger beroep eveneens niet in behandeling wordt genomen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen en toekomstige wrakingsverzoeken in deze procedure worden uitgesloten.