ECLI:NL:CRVB:2014:1504
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het tweede wrakingsverzoek tegen rechters Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en vervolgens meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen de rechters die de zaak behandelden bij de Centrale Raad van Beroep. Het eerste wrakingsverzoek werd reeds afgewezen. Bij het tweede wrakingsverzoek stelde verzoeker dat de Raad niet bevoegd zou zijn om over het geschil te oordelen en dat de rechters vooringenomen zouden zijn ten gunste van de Nederlandse staat.
De Raad heeft overwogen dat een wrakingsgrond moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de rechter en diens onpartijdigheid. Het primaire bezwaar van verzoeker betrof de bevoegdheid van de Raad als geheel en niet de individuele rechters, waardoor het wrakingsverzoek niet ontvankelijk is. Voorts is vastgesteld dat eerdere uitspraken van de rechters waarin de Sociale Verzekeringsbank in het gelijk werd gesteld, geen reden geven tot het vermoeden van vooringenomenheid.
Daarom zijn de wrakingsverzoeken afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzitter Brand en leden Zeijen en Hillen op 1 mei 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het tweede wrakingsverzoek af wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor onpartijdigheidsschending.