ECLI:NL:CRVB:2021:1147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding restschuld medeterugvordering Participatiewet
Appellante was mede-hoofdelijk aansprakelijk voor een terugvordering van bijstandskosten die het college had opgelegd aan X en haar. Het college had het verzoek om kwijtschelding van de restschuld afgewezen op grond van artikel 58, zevende lid, van de Participatiewet, waarbij werd aangenomen dat sprake was van een schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad stelde vast dat appellante in de terugvorderingsperiode geen bijstand ontving en dat de inlichtingenverplichting daarom niet op haar van toepassing was. De terugvordering berustte op artikel 59 van Pro de WWB/PW, een bevoegdheid tot medeterugvordering zonder schending van de inlichtingenverplichting of verwijtbare gedragingen.
Het college had het verzoek beoordeeld op basis van beleidsregels die niet van toepassing zijn op medeterugvorderingen en erkende dit tijdens de zitting. De Raad draagt het college op het besluit te herzien door een individuele belangenafweging te maken, aangezien het college geen specifiek beleid voor medeterugvorderingen heeft.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste wettelijke grondslag en beleidsmatige toepassing bij terugvorderingen en kwijtscheldingsverzoeken binnen het sociaal zekerheidsrecht.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de restschuld wordt afgewezen en het college wordt opgedragen het besluit te herzien met een individuele belangenafweging.