ECLI:NL:CRVB:2022:1576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in zaak over gezamenlijke huishouding en inlichtingenverplichting
Verzoeker heeft bij besluit van 29 juli 2010 de bijstand ingetrokken gekregen en de kosten teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding daarvan, wat een schending van de inlichtingenverplichting zou zijn. De rechtbank Utrecht en later de Raad bevestigden deze besluiten. Na eerdere afwijzingen van herzieningsverzoeken, diende verzoeker opnieuw een verzoek in met nieuwe gronden, waaronder vermeend bedrog en valsheid in geschrifte door het college en onrechtmatigheid van een huiszoeking.
De Raad oordeelt dat deze gronden al in eerdere procedures aan de orde hadden kunnen komen en dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak. De tussenuitspraak over de medeterugvordering van X werpt geen nieuw licht op de situatie van verzoeker. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 juli 2022.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen.