ECLI:NL:CRVB:2021:1017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens niet melden bankrekeningen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet vanaf februari 2015. Na een signaal van de Belastingdienst over niet gemelde bankrekeningen, stelde het college een onderzoek in en concludeerde dat appellanten niet alle bankrekeningen hadden opgegeven, wat leidde tot een overschrijding van het toegestane vermogen.
Het college trok de bijstand over de periode februari 2015 tot en met november 2016 in en vorderde de kosten terug. Tevens legde het college een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij wel alle rekeningen hadden gemeld en dat rekening had moeten worden gehouden met een schuld aan familie. De Raad oordeelde dat het dossier geen bewijs bevatte van volledige melding en dat de schuld niet aantoonbaar was met een terugbetalingsverplichting.
De Raad bevestigde dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en de boete had opgelegd. Dringende redenen om af te zien van terugvordering waren niet aannemelijk gemaakt. De uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en de oplegging van een boete wegens niet melden van bankrekeningen.