ECLI:NL:CRVB:2020:594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen WIA-uitkeringsbesluiten na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als milieukundig beleidsadviseur, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV legde een administratieve loonsanctie op aan de ex-werkgever vanwege onvoldoende re-integratie, maar trok dit besluit later in na correctie van de eerste ziektedag. Appellante maakte bezwaar tegen verschillende besluiten, waaronder de intrekking van de loonsanctie en de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking van de loonsanctie niet-ontvankelijk omdat het besluit was ingetrokken voordat het bezwaar werd ingediend. Ook oordeelde de rechtbank dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige de voorbeeldfuncties passend had gemotiveerd. De kostenvergoeding voor een psychiatrisch rapport werd afgewezen omdat het rapport niet volledig was ingediend.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat haar arbeidsongeschiktheid volledig moest worden erkend. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken, oordeelde dat het bezwaar tegen het ingetrokken besluit terecht niet-ontvankelijk was, en dat het medisch onderzoek en de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid zorgvuldig en deugdelijk waren uitgevoerd. De Raad vond geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en verklaart het bezwaar tegen het ingetrokken besluit niet-ontvankelijk en het medisch onderzoek zorgvuldig.