Uitspraak
20.942 AW
OVERWEGINGEN
niet-ontvankelijk is, bestaat er volgens de rechtbank geen recht op een dwangsom.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1987 werkzaam bij de Universiteit Utrecht en werd in 2008 ontslagen na een reorganisatie. Hij stelde dat hij per 1 januari 2009 zonder zijn medeweten was overgeplaatst naar een ander organisatieonderdeel, wat volgens hem onrechtmatig was. Het college van bestuur stelde dat de wijziging in het personeelsadministratiesysteem SAP een louter administratieve kostenplaatstoewijzing betrof zonder rechtsgevolgen.
Appellant diende bezwaar in tegen deze vermeende overplaatsing, maar dit bezwaar werd door de rechtbank als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen sprake was van een besluit in de zin van de Awb. De rechtbank oordeelde dat de kostenplaatswijziging een feitelijke handeling is waartegen geen bezwaar en beroep openstaan.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank niet bevoegd was zelf in de zaak te voorzien en dat er wel sprake was van een appellabele handeling. De Raad overwoog dat de bezwaarprocedure correct was en bevestigde dat de wijziging een puur administratieve handeling is zonder rechtsgevolgen. Ook oordeelde de Raad dat het bezwaar te laat was ingediend en dat de rechtbank terecht zelf in de zaak heeft voorzien.
De Raad verklaarde zich onbevoegd over het deel van het hoger beroep dat betrekking had op de verwerking van persoonsgegevens, omdat dit onder de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State valt. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het bezwaar bleef kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de administratieve kostenplaatswijziging is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak is bevestigd.