Verzoeker was sinds 1987 in dienst van de Universiteit Utrecht en werd ontslagen nadat zijn functie bij het onderzoeksprogramma was opgeheven. De Raad bevestigde in 2013 het ontslagbesluit en oordeelde dat het college het ontslag op redelijke gronden kon baseren.
Verzoeker vroeg herziening van deze uitspraak op grond van vermeende nieuwe administratieve documenten die zouden aantonen dat zijn functie niet was opgeheven maar slechts intern was overgeplaatst. De Raad beoordeelde dat deze documenten geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die tot een andere uitspraak konden leiden.
De Raad benadrukte dat het administratieve systeem SAP niet leidend is voor rechtspositionele gevolgen en dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen en werden geen proceskosten toegewezen.