ECLI:NL:CRVB:2020:2126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant ontving sinds 1989 een WAO-uitkering die in 2012 door het UWV werd beëindigd na medisch onderzoek en advies van een psychiater. Appellant verzocht meerdere malen om heropening van de uitkering met terugwerkende kracht, stellende dat er sprake was van onjuiste beoordeling in 2012.
Het UWV wees deze verzoeken af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die niet eerder konden worden aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was verricht en niet evident onredelijk was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de aangevoerde medische stukken geen nieuwe feiten bevatten die aanleiding geven tot heropening. Ook wees de Raad het verzoek tot benoeming van een deskundige af. De weigering van het UWV om terug te komen op het besluit uit 2012 is niet evident onredelijk, zodat het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het intrekkingsbesluit uit 2012 wordt bevestigd.