ECLI:NL:CRVB:2009:BH4552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering eerdere vaststelling arbeidsongeschiktheidsdag WAJONG-uitkering
Appellant verzocht het UWV om de eerste arbeidsongeschiktheidsdag voor zijn WAJONG-uitkering op een eerder tijdstip vast te stellen dan 1 januari 1995. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die dit rechtvaardigden. Appellant overhandigde medische informatie en bewijsstukken, waaronder rapporten van een psychiater en een instituut voor geestelijke gezondheid, evenals een bewijs van ontslag wegens medische ongeschiktheid.
Een verzekeringsarts onderzocht appellant en concludeerde dat er geen nieuwe feiten waren die aanleiding gaven de eerste arbeidsongeschiktheidsdag te vervroegen. Zowel het bezwaar als het beroep van appellant werden ongegrond verklaard. De rechtbank sloot zich aan bij het standpunt van het UWV en betrok de in beroep overgelegde medische informatie niet in haar beoordeling.
In hoger beroep stelde appellant dat hij in bezwaar al had gewezen op de medische informatie van de Universiteit Maastricht. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan slechts rekening mag houden met feiten en omstandigheden die uiterlijk in de bezwaarfase zijn ingebracht. Omdat de medische stukken geen wezenlijk andere gegevens bevatten dan reeds bekend waren, was het UWV bevoegd het verzoek af te wijzen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat er geen grond was voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag blijft in stand.