Betrokkene ontving vanaf 2009 een ouderdomspensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok de AIO-aanvulling in wegens het niet melden van eigendom van een appartement sinds 2010, wat een vermogensoverschrijding betekende. De Svb vorderde de onterecht ontvangen AIO-kosten terug en legde een bestuurlijke boete op wegens het schenden van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de terugvordering gegrond en vernietigde het boetebesluit, waarbij zij de boete op nihil stelde vanwege de draagkracht van betrokkene. In hoger beroep bevestigde de Raad de terugvordering omdat betrokkene geen dringende redenen aannemelijk had gemaakt om hiervan af te zien. De Raad vernietigde echter het deel van de uitspraak dat de boete op nihil stelde en stelde de boete vast op € 750,46, gebaseerd op 10% van de toepasselijke bijstandsnorm met vier kostendelers.
De Raad benadrukte dat de draagkracht bij boetebepaling fictief wordt vastgesteld op 10% van de bijstandsnorm, ongeacht het feitelijke inkomen onder de beslagvrije voet door de kostendelersnorm. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en de beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2019.