ECLI:NL:CRVB:2019:837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten medisch haalbaarheidsonderzoek
Appellant, ontvanger van algemene bijstand op grond van de Participatiewet, vroeg bijzondere bijstand voor de kosten van een medisch haalbaarheidsonderzoek (MHO) ter voorbereiding van een civiele aansprakelijkheidsprocedure.
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees deze aanvraag af omdat de subsidie die de Raad voor de Rechtsbijstand verstrekt voor een MHO als een voorliggende voorziening geldt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Regeling subsidiëring medische haalbaarheidsonderzoeken een passende en toereikende voorziening is, ook als de kosten hoger zijn dan de subsidie.
In hoger beroep stelde appellant dat de subsidie onvoldoende is omdat de werkelijke kosten hoger zijn dan €200,-. De Raad oordeelde dat de regeling juist bedoeld is om toegang tot het recht te verbeteren en dat artikel 15 van Pro de Participatiewet de bijstandverlening voor deze kosten uitsluit. Het beroep op het EVRM-beginsel van wapengelijkheid faalde omdat dit in deze procedure niet aan de orde is en eventueel in de civiele procedure kan worden aangevoerd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor de kosten van het medisch haalbaarheidsonderzoek wordt afgewezen omdat de subsidie een passende en toereikende voorliggende voorziening is.