ECLI:NL:CRVB:2019:704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven inkomsten
Appellanten ontvangen sinds 2009 bijstand op basis van de Participatiewet. Naar aanleiding van anonieme meldingen heeft de gemeente Amsterdam onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij diverse stortingen en bijschrijvingen op de bankrekeningen van appellanten zijn geconstateerd. Het college heeft daarop de bijstand over meerdere periodes herzien en kosten van bijstand teruggevorderd.
De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd, waarna appellanten in hoger beroep zijn gegaan. Zij voerden aan dat het ging om omgewisseld spaargeld van de kinderen en leningen van familieleden, en dat de intrekking van bijstand over oktober 2016 onterecht was vanwege vermeende leningen voor de aankoop van een auto.
De Raad oordeelt dat kasstortingen en bijschrijvingen in beginsel als inkomsten moeten worden aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het om leningen gaat die zijn verstrekt voor levensonderhoud in een periode zonder bijstand. Appellanten hebben dit onvoldoende onderbouwd. Ook de aankoop van de auto is niet aannemelijk gefinancierd met een lening. Daarom worden de bestreden besluiten bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, intrekking en terugvordering van bijstand en verklaart het hoger beroep ongegrond.