ECLI:NL:CRVB:2015:3508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opschorting en herziening bijstandsuitkering wegens leningen voor levensonderhoud
Appellante ontvangt sinds augustus 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2013 werd haar bijstand opgeschort vanwege het niet aanleveren van bankafschriften. Later trok het college de bijstand in, maar herzag dit besluit en hervatte de uitkering met verrekening van ontvangen bedragen die als inkomen werden beschouwd.
Appellante stelde dat deze bedragen leningen waren die zij moest terugbetalen en diende dit aannemelijk te maken. De Raad stelt dat in situaties waarin iemand geen bijstand of ander inkomen ontvangt, leningen voor levensonderhoud niet als inkomen mogen worden beschouwd mits aannemelijk is gemaakt dat het om leningen gaat die terugbetaald moeten worden.
In deze zaak heeft appellante aannemelijk gemaakt dat de bedragen die zij ontving leningen betroffen, bestemd voor levensonderhoud, met een schriftelijke leenovereenkomst die terugbetaling regelt. Het college heeft ten onrechte deze bedragen als inkomen aangemerkt en op de bijstand in mindering gebracht.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het deze verrekening betreft, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het college in de proceskosten. Tevens mag het college de terugbetaling van de leningen controleren.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit voor zover de leningen als inkomen zijn aangemerkt en op de bijstand zijn verrekend.