ECLI:NL:CRVB:2019:2304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Schoneveld
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens niet verschijnen bij arbeidsmogelijkhedenonderzoek bevestigd
Betrokkene ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en werd uitgenodigd voor een intakegesprek over haar arbeidsmogelijkheden. Zij verscheen niet op twee afspraken zonder bericht van verhindering. Het college legde daarop een maatregel op door de bijstand met 100% te verlagen voor een maand.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de brief voor de tweede afspraak door de minderjarige dochter was ontvangen, waardoor niet kon worden aangenomen dat betrokkene kennis had kunnen nemen van de uitnodiging. Het college ging in hoger beroep en stelde dat de brief op regelmatige wijze was bezorgd en dat betrokkene verwijtbaar niet was verschenen.
De Raad oordeelde dat de brief aangetekend en op het juiste adres was bezorgd, waarbij de dochter van 15 jaar voor ontvangst had getekend. Betrokkene had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen kennis kon nemen van de brief. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het college gegrond. De maatregel van verlaging van de bijstand bleef in stand, omdat het college terecht had gehandeld binnen de wettelijke kaders en de omstandigheden van betrokkene geen aanleiding gaven tot matiging.
Uitkomst: De maatregel tot verlaging van de bijstand met 100% voor een maand wegens niet verschijnen bij het arbeidsmogelijkhedenonderzoek wordt bevestigd.