ECLI:NL:CRVB:2018:920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boete wegens niet melden inkomsten bij bijstand
Appellant ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en meldde niet tijdig inkomsten uit studiefinanciering en een leer-werktraject. Het college legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank matigde de boete tot €800,- op basis van buitenwettelijk begunstigend beleid met een korting van 10%.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant de inkomsten had moeten melden, ook al vond het leer-werktraject plaats met medeweten van de Sociale Dienst. Van opzet of grove schuld is geen sprake, waardoor een boete van 50% van het benadelingsbedrag passend is. De boete moest worden gematigd vanwege overschrijding van de beslistermijn, maar de rechtbank verlaagde de boete slechts met 5% in plaats van de beleidsmatige 10%.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de boete betreft en stelt de boete vast op €704,13, zijnde 40% van het benadelingsbedrag. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens niet melden van inkomsten wordt vastgesteld op €704,13 met een matiging van 10%.