ECLI:NL:CRVB:2018:677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevordering en redelijke termijn in ambtenarenzaak politie
Appellant, werkzaam als generalist bij de politie, verzocht om bevordering naar senior GGP op basis van het loopbaanbeleid dat een beoordeling boven de norm vereist. Zijn eerdere beoordelingen voldeden niet aan deze norm, wat door de korpschef als zwaarwegend dienstbelang werd aangevoerd om het verzoek af te wijzen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte niet had beoordeeld of het eerste besluit bevoegd was genomen en dat hij wel voldeed aan de norm. De Raad stelde vast dat het bezwaarbesluit bevoegdelijk was genomen en dat appellant niet beschikte over een beoordeling boven de norm, waardoor hij niet voor bevordering in aanmerking kwam.
Daarnaast verzocht appellant om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad oordeelde dat de langere behandelingsduur gerechtvaardigd was vanwege het aanhouden van het bezwaar op verzoek van appellant zelf en dat de redelijke termijn niet was overschreden. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om vergoeding af, waarmee de zaak werd afgesloten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.