ECLI:NL:CRVB:2018:451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig UWV-onderzoek en afwijzing beroep op extra deskundige bij Ziektewet-uitkering
Appellante, laatst werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met schouder- en psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat de vastgestelde functionele mogelijkheden en geschiktheid voor geselecteerde functies voldoende waren onderbouwd. Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat de geselecteerde functies niet passend waren, en verzocht om benoeming van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat appellante geen belemmeringen had ondervonden bij het onderbouwen van haar standpunt en dat er geen aanwijzingen waren dat medische informatie ontbrak. De Raad zag geen aanleiding om een deskundige te benoemen, mede gelet op de betrokkenheid van de verzekeringsartsen bij de beoordeling van de door appellante ingebrachte medische informatie.
De Raad bevestigde dat de beperkingen van appellante op een deugdelijke medische grondslag waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.