ECLI:NL:CRVB:2018:4059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering individuele inkomenstoeslag wegens geen langdurig laag inkomen
Appellante verzocht om een individuele inkomenstoeslag, maar het college wees dit af omdat zij in de referteperiode van vijf jaar voorafgaand aan 1 januari 2016 geen langdurig laag inkomen had. Het college nam de ontvangen alimentatie mee als inkomen en stelde vast dat appellante een eerdere vordering van het college niet binnen de referteperiode had terugbetaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de alimentatie ten goede komt aan het kind en niet als haar inkomen moet worden beschouwd. Tevens stelde zij dat het college niet had beoordeeld of er zicht was op inkomensverbetering en deed een beroep op de hardheidsclausule.
De Raad oordeelde dat het aan appellante is om aannemelijk te maken dat zij voldoet aan de voorwaarden voor de toeslag. Het college had gemotiveerd dat zij een hoger inkomen had dan de bijstandsnorm en dat de alimentatie als inkomen geldt. Omdat appellante geen concrete feiten aanvoerde die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen, werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de individuele inkomenstoeslag omdat appellante geen langdurig laag inkomen had.