ECLI:NL:CRVB:2018:3368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing individuele inkomenstoeslag wegens ontbrekende inkomensgegevens over referteperiode
Appellant, bijstandsgerechtigde sinds december 2015, vroeg op 16 maart 2016 een individuele inkomenstoeslag aan. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat inkomensgegevens over de vijf jaar voorafgaand aan 1 januari 2016 ontbraken, waardoor niet kon worden vastgesteld of appellant langdurig een laag inkomen had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de referteperiode van vijf jaar te lang is en deed een beroep op de hardheidsclausule van de gemeentelijke verordening. De Raad oordeelde dat de vijfjarige referteperiode niet in strijd is met artikel 36 PW Pro en dat het aan appellant is om aannemelijk te maken dat hij aan de voorwaarden voldoet.
Omdat appellant geen inkomensgegevens over de referteperiode kon overleggen en geen concrete feiten en omstandigheden stelde die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen, was het college terecht overgegaan tot afwijzing. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd wegens ontbrekende inkomensgegevens en geen toepassing van de hardheidsclausule.