Uitspraak
17.3044 AW, 17/6160 AW
3 maart 2017, 16/1252 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
besluit van 4 februari 2016;
vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was circa 23 jaar werkzaam bij de gemeente Menterwolde en werd ontslagen op grond van een vermeende onherstelbare vertrouwensbreuk na een gesprek in een wachtkamer waarbij hij zich denigrerend zou hebben uitgelaten. Het college baseerde het ontslag op verklaringen van derden en stelde dat voortzetting van het dienstverband niet mogelijk was.
De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit wegens gebrek aan een deugdelijke feitelijke grondslag en onvoldoende hoor en wederhoor, en kende appellant een na-wettelijke uitkering toe. Het college stelde in incidenteel hoger beroep dat de feiten wel objectief vast te stellen waren en dat appellant geen compensatie toekwam.
De Raad oordeelt dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te trachten tot een objectieve vaststelling te komen en appellant geen mogelijkheid te bieden te reageren op de verklaring van een derde. Het college heeft zich gericht op het vertrek van appellant zonder alternatieven te onderzoeken, ondanks eerdere positieve beoordelingen.
Daarom was het ontslag op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO niet bevoegd. De Raad vernietigt het bestreden besluit en herroept het ontslagbesluit van 8 april 2015. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van 8 april 2015 wordt herroepen wegens onzorgvuldige procedure en gebrek aan objectieve vaststelling.