ECLI:NL:CRVB:2012:BX8803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens referteperiode van 60 maanden niet in strijd met WWB
Appellante, geboren in 1988, ontving sinds 2006 een Wajong-uitkering en vroeg in 2010 een langdurigheidstoeslag aan op grond van de WWB. Het college wees de aanvraag af omdat zij pas na 60 maanden, gerekend vanaf haar achttiende verjaardag, voor de toeslag in aanmerking kan komen. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens schending van de hoorplicht, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen dit standpunt.
De Raad oordeelt dat gemeenten op grond van de wetsgeschiedenis vrij zijn om het begrip 'langdurig' in te vullen, waarbij de leeftijdsgrens van 21 jaar een ondergrens is. De referteperiode van 60 maanden in de gemeentelijke verordening is niet in strijd met artikel 36, lid 1, WWB. Het feit dat hierdoor personen jonger dan 23 jaar niet in aanmerking komen, doet hieraan niet af.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 september 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de langdurigheidstoeslag op basis van een referteperiode van 60 maanden.