ECLI:NL:CRVB:2012:BW8780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevendheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag voor de jaren 2007 en 2008, welke door het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen is afgewezen. Het college baseerde zich op kasstortingen en uitgaven die het inkomen van appellant overstegen in de periode juni 2004 tot oktober 2008, en het ontbreken van sluitende verklaringen hierover. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college de bewijslast draagt voor het aantonen van andere inkomsten, maar de Raad volgde dit niet. De Raad stelde dat in een aanvraagprocedure het aan appellant is om aannemelijk te maken dat hij voldoet aan de voorwaarden, waaronder dat zijn inkomen niet hoger is dan de bijstandsnorm.
De Raad verwees naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak waarin werd vastgesteld dat appellant onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over zijn financiële situatie in de relevante periode. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellant bijstandbehoevend was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoevendheid.