ECLI:NL:CRVB:2018:3045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- A.I. van der Kris
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV inzake Wajong-uitkering wegens nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden
Appellant vroeg op 29 september 2014 om ondersteuning op grond van de Wajong 2010. Het UWV wees dit af omdat appellant naar verwachting binnen een jaar zou kunnen werken. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt en beroep ingesteld. Tijdens de procedure kwam het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar, die eveneens afwijzend was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat er geen nieuwe feiten waren die een andere beslissing rechtvaardigden.
In hoger beroep overwoog de Raad dat er wel sprake was van nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden. Nieuwe medische rapporten uit 2014 en 2015 toonden aan dat appellant naast zwakbegaafdheid ook ontwikkelingsstoornissen zoals ASS en ADHD had, die niet bekend waren bij eerdere beslissingen. Deze feiten waren niet eerder aan te voeren en vormen een grond voor heroverweging van het besluit.
De Raad oordeelde dat het UWV het eerdere intrekkingsbesluit uit 1989 niet had mogen handhaven zonder de nieuwe feiten mee te wegen. Het bestreden besluit was onvoldoende gemotiveerd en moest worden vernietigd. Het UWV werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening gehouden moet worden met de nieuwe medische informatie. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten van het UWV en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen op basis van nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden.