ECLI:NL:CRVB:2018:2554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget voor reiziger met beperking
Appellante, geboren in 1954, kampt met diverse chronische medische beperkingen waaronder diabetes, astma, retinopathie, een littekenbreuk en incontinentie. Zij beschikt over een Valys-pas en een scootmobiel en heeft een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb) aangevraagd, dat door de FMMU is afgewezen. De FMMU baseerde zich op medische adviezen waarin werd gesteld dat appellante met gebruik van hulpmiddelen en begeleiding in staat is met de trein te reizen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische rapporten van de FMMU voldoende waren gemotiveerd en dat de verklaring van de behandelend chirurg Fabry onvoldoende aanleiding gaf om het oordeel te herzien. Tevens wees de rechtbank erop dat sanitaire voorzieningen en assistentie op stations beschikbaar zijn, en dat de criteria voor taxiziekenvervoer en deeltaxipas verschillen van die voor een hoog pkb.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door haar medische toestand en de fysieke belasting van het openbaar vervoer niet in staat is te reizen, ook niet met hulpmiddelen of begeleiding. De Raad overwoog dat de FMMU als bestuursorgaan kan worden aangemerkt en dat de indicatiecriteria in het Indicatieprotocol niet onredelijk zijn. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het reizen per trein geen verhoogd risico inhoudt ten opzichte van taxivervoer. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het hoog persoonlijk kilometerbudget bevestigd.