ECLI:NL:CRVB:2018:2229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na eerstejaars Ziektewet-beoordeling
Betrokkene was werkzaam als kassier en ploegleidster en meldde zich ziek met psychische klachten. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd zij ziek uit dienst gemeld. Het UWV voerde een eerstejaars Ziektewet-beoordeling uit en stelde vast dat betrokkene met ingang van 16 februari 2015 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
Appellante betwistte dit besluit en voerde onder meer aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met re-integratie-inspanningen en dat zij onvoldoende in staat was zich te verweren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de beoordeling van re-integratie buiten de procedure viel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het besluit zorgvuldig en goed gemotiveerd had genomen, dat de medische beoordeling juist was en dat er geen grond was voor een eerdere beëindiging van het ziekengeld. Ook was er geen tekortkoming van het UWV in de communicatie. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.