Appellante, geboren in 1948, heeft diverse aandoeningen die haar beperken bij huishoudelijke taken. Het college kende haar een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning toe, welke zij betwistte wegens onvoldoende uren en onvolledig onderzoek naar haar behoeften.
De rechtbank stelde vast dat het college het onderzoek naar haar situatie onvoldoende had verricht, met name omtrent maaltijdbereiding en boodschappen doen. Het college voerde aanvullend onderzoek uit en stelde dat de maaltijdvoorziening Tafeltje Dekje een passende algemene voorziening is die in de weg staat aan extra maatwerkvoorziening.
De Raad oordeelt dat het college het onderzoek adequaat heeft uitgevoerd en dat de maaltijdvoorziening passend is. Wel is vastgesteld dat de toegewezen uren huishoudelijke ondersteuning op basis van het CIZ-protocol 5,5 uur per week moeten bedragen. De Raad herroept het besluit van 1 juli 2016 en kent appellante deze maatwerkvoorziening toe vanaf 20 juni 2016. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.