ECLI:NL:CRVB:2007:BC1097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie huishoudelijke verzorging voor schoonmaak zwembad en therapieruimte
Appellant, rolstoelafhankelijk door een ongeval, vroeg om een indicatie voor huishoudelijke verzorging inclusief schoonmaak van zijn eigen zwembad en therapieruimte. De Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees dit af omdat deze ruimten niet tot een standaardwoning behoren en er geen medische noodzaak voor gebruik in de thuissituatie was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad beoordeelde of het indicatiebesluit van CIZ in overeenstemming was met de AWBZ en het bijbehorende beleid, waaronder het protocol Huishoudelijke Verzorging.
De Raad concludeerde dat het indicatiebesluit passend was, mede omdat het protocol voorziet in normtijden voor huishoudelijke taken en alleen extra uren toekent bij specifieke omstandigheden, die hier niet aanwezig waren. De door appellant overgelegde medische verklaringen toonden wel noodzaak voor therapie, maar niet dat deze in de eigen woning met het zwembad en therapieruimte moest plaatsvinden.
Daarom werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat er geen medische noodzaak is voor extra huishoudelijke verzorging voor schoonmaak van zwembad en therapieruimte.