ECLI:NL:CRVB:2018:2090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde verkoop via Facebook met boete en schadevergoeding
Appellante ontving bijstand en verkocht via een Facebook-account goederen, zonder dit te melden aan het college. Het college stelde een onderzoek in, leidde tot intrekking van bijstand over 30 oktober 2013 tot 5 maart 2014, terugvordering van € 3.987,24 en een boete wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen intrekking en terugvordering ongegrond, maar matigde de boete.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante geen incidentele verkoop deed maar handel dreef, waardoor zij de inkomsten had moeten melden. De intrekking over 13 februari tot 5 maart 2014 is echter onzorgvuldig voorbereid omdat het college niet voldoende onderzoek deed naar het staken van activiteiten na 12 februari 2014. De boete is terecht opgelegd en gematigd tot € 1.170,-. De terugvordering blijft gehandhaafd.
Verder is de redelijke termijn overschreden met bijna drie maanden, waarvoor de Staat een schadevergoeding van € 500,- moet betalen. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor het deel van de intrekking over 13 februari tot 5 maart 2014 en herroept het besluit van 14 april 2014 voor dat deel.
Uitkomst: Intrekking bijstand over 13 februari tot 5 maart 2014 vernietigd, boete en terugvordering bevestigd, schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.