Uitspraak
17.2111 WMO15
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met mobiliteitsbeperkingen en in bezit van een eigen auto, ontving onder de Wmo een financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten. Deze werd gewijzigd in een persoonsgebonden budget (pgb) met een maximale vergoeding gebaseerd op 2.250 kilometer per jaar, wat neerkomt op € 427,-. Het college stelde dat deze vergoeding passend is voor de lokale vervoersbehoefte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij onvoldoende concrete gegevens aanleverde om een hogere vergoeding te rechtvaardigen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat ook bovenregionale vervoersbehoefte gecompenseerd moet worden, maar de Raad oordeelde dat het college bevoegd is de vergoeding te beperken tot lokaal vervoer.
De Raad stelde vast dat het college zorgvuldig en volledig onderzoek heeft gedaan naar de vervoersbehoefte en dat appellante gemiddeld 1.604 kilometer lokaal rijdt, wat binnen de vastgestelde 2.250 kilometer valt. Het college heeft terecht de financiële tegemoetkoming aangepast en het beroep van appellante wordt afgewezen. Wel was het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat appellante niet materieel werd benadeeld.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het college mag de financiële maatwerkvoorziening baseren op een lokale vervoersbehoefte van 2.250 kilometer per jaar.