ECLI:NL:CRVB:2004:AO4037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Th.G.M. Simons
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling adequaatheid Collectief Vraagafhankelijk Vervoer als voorziening onder de Wet voorzieningen gehandicapten
Appellante stelde zich op het standpunt dat de tot 1 januari 2002 toegekende vervoersvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming in autokosten volledig moest worden voortgezet. Zij beriep zich onder meer op het Landelijk Protocol Wet voorzieningen gehandicapten en haar bijzondere individuele omstandigheden, waaronder een druk sociaal leven met vrijwilligerswerk.
De Raad verwierp het beroep op het Protocol en oordeelde dat het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) een adequate voorziening vormt, ook gezien de praktische bezwaren die appellante ervaart. De Raad benadrukte dat maatschappelijke organisaties verantwoordelijk zijn voor het faciliteren van vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld door een redelijke bijdrage in reiskosten.
Daarnaast wees de Raad erop dat appellante een scootmobiel als alternatief was aangeboden, maar hiervan geen gebruik wenste te maken. De verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Raad werd niet gevolgd vanwege wezenlijke verschillen in de casus. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de besluitvorming van gedaagde niet onjuist was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer een adequate voorziening is en wijst het verzoek tot voortzetting van de oorspronkelijke vergoeding en schadevergoeding af.