Uitspraak
17.2870 PW
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. H vroeg bijstand aan als alleenstaande en gaf aan bij appellante te wonen. Na onderzoek stelde het college vast dat H hoofdverblijf had op het uitkeringsadres en paste de kostendelersnorm toe, waardoor de bijstand van appellante werd herzien en teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat H slechts drie dagen per week verbleef en niet de kosten deelde, maar deze gronden werden verworpen. De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf van H op het uitkeringsadres lag en dat het niet relevant is of kosten daadwerkelijk gedeeld worden.
De rechtbank had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. De herziening en terugvordering van bijstand waren terecht volgens de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college de bijstand van appellante terecht heeft herzien en teruggevorderd op grond van de kostendelersnorm.