ECLI:NL:CRVB:2023:211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstand zonder schriftelijke huurovereenkomst
Appellante ontvangt sinds 2017 bijstand als alleenstaande en is in mei 2019 verhuisd naar een adres waar zij een kamer huurt voor €350 per maand. Het college stelde op basis van onderzoek vast dat er twee kosten delende medebewoners zijn, waarop de kostendelersnorm werd toegepast. Appellante maakte bezwaar omdat zij geen schriftelijke huurovereenkomst kon overleggen, maar alleen bankafschriften en een mondelinge afspraak aanvoerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat het college de last draagt om aannemelijk te maken dat de kostendelersnorm van toepassing is. Het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst betekent dat de medebewoners als kosten delend worden aangemerkt. De door appellante overgelegde bankafschriften en WhatsApp-bericht zijn onvoldoende om een commerciële huurrelatie aan te tonen.
Verder oordeelt de Raad dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan en dat een nader onderzoek niet zinvol was. De stelling van appellante dat de toepassing van de kostendelersnorm haar in een uitzichtloze situatie brengt, is onvoldoende onderbouwd om afstemming toe te passen. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de procedure nog geen vier jaar heeft geduurd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af.