ECLI:NL:CRVB:2017:3641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, werkzaam in een bloemkwekerij, meldde zich in 2005 ziek na een scooterongeval. Het UWV wees meerdere aanvragen voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen af, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten waarin fysieke beperkingen werden vastgesteld. In 2010 vroeg appellant een Wajong-uitkering aan, die eveneens werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
Appellant overwoog dat hij naast fysieke ook psychische beperkingen had, waaronder een angststoornis en gedragsstoornissen, die pas later bekend werden. Het UWV en de rechtbank oordeelden dat deze psychische klachten niet vóór 2010 bestonden en dat appellant vóór die tijd langdurig arbeid had verricht. Daarom was geen reden om het eerdere besluit te herzien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het UWV het toetsingskader correct heeft toegepast en dat het verzoek om terug te komen van het besluit terecht is afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de Wajong-uitkering wordt bevestigd.