ECLI:NL:CRVB:2017:2587
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft meerdere hoger beroepen ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam en een herzieningsverzoek bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure verzocht verzoeker om wraking van de behandelend rechter en later ook van een lid van de wrakingskamer, B.J. van de Griend. Verzoeker stelde dat Van de Griend onpartijdigheid zou missen omdat hij eerdere stellingen in een wrakingsbeslissing ongemotiveerd zou hebben gepasseerd en de behandelend rechter zou hebben beschermd.
De Raad overweegt dat wraking alleen gegrond kan zijn indien feiten of omstandigheden aantonen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt. De enkele omstandigheid dat een rechter in een eerdere zaak een onwelgevallige uitspraak deed, vormt geen grond voor wraking. De aangevoerde argumenten van verzoeker zijn onvoldoende om (schijn van) vooringenomenheid aan te tonen. Inhoudelijke geschilpunten kunnen niet via een wrakingsverzoek worden beoordeeld.
Daarom wijst de Centrale Raad van Beroep het wrakingsverzoek af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2017.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van rechter B.J. van de Griend wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.