ECLI:NL:CRVB:2017:3852

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 november 2017
Publicatiedatum
7 november 2017
Zaaknummer
15/6212 WWB-W2
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArtikel 3 Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om wraking rechter niet in behandeling genomen wegens pensionering

Verzoeker heeft meerdere keren een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter R.H.M. Roelofs in procedures tegen het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard. Na eerdere afwijzingen bleef verzoeker het wrakingsverzoek handhaven.

De Raad heeft op 25 augustus 2017 aan verzoeker meegedeeld dat Roelofs per 1 oktober 2017 met pensioen gaat en de zaken niet meer behandelt. Volgens de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges kan een wrakingsverzoek niet in behandeling worden genomen als het verzoek geen betrekking heeft op een lid dat de zaak behandelt.

Daarom heeft de Centrale Raad van Beroep het wrakingsverzoek van 8 mei 2017 niet verder in behandeling genomen en is geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek gegeven. De beslissing is op 1 november 2017 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Roelofs wordt niet in behandeling genomen omdat hij met pensioen is gegaan en de zaak niet meer behandelt.

Uitspraak

15/6212 WWB-W2, 16/4781 PW-W2, 17/1172 WWB-W
Datum beslissing: 1 november 2017
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 juli 2015 in een geding tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard (15/6212 WWB). Verder heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 juni 2016 in een geding tussen dezelfde partijen (16/4781 PW). Daarnaast heeft verzoeker verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1991, gewezen tussen dezelfde partijen (17/1172 WWB).
Op 27 januari 2017 heeft verzoeker in de zaken 15/6212 WWB en 16/4781 PW verzocht om wraking van de toenmalig behandelend rechter, R.H.M. Roelofs (Roelofs). Bij beslissing van 27 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:967, heeft de Raad dit verzoek afgewezen.
Bij brieven van 16 maart 2017 heeft de Raad partijen meegedeeld dat de zaken 15/6216 WWB, 16/4781 PW en 17/1172 WWB zullen worden behandeld ter zitting van 9 mei 2017 door Roelofs.
Bij brief van 8 mei 2017 heeft verzoeker opnieuw verzocht om wraking van Roelofs. Op
1 juni 2017 is aan verzoeker medegedeeld dat zijn verzoek op 12 juni 2017 op zitting zal worden behandeld door een wrakingskamer bestaande uit B.J. van de Griend, J.J.T. van den Corput en E.W. Akkerman. Bij brief van 8 juni 2017 heeft verzoeker verzocht om wraking van B.J. van de Griend. Bij beslissing van 7 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2587, is dit verzoek afgewezen.
Bij brief van 25 augustus 2017 heeft de Raad aan verzoeker meegedeeld dat Roelofs met ingang van 1 oktober 2017 met pensioen zal gaan en dat het niet meer mogelijk is dat deze rechter uitspraak doet in de onderhavige zaken. Er zal daarom een andere behandelend rechter worden aangewezen.
Bij brief van 4 september 2017 heeft verzoeker de Raad meegedeeld dat hij zijn verzoek van
8 mei 2017 om wraking van Roelofs handhaaft en dat hij een inhoudelijke beslissing verlangt op dit verzoek.

OVERWEGINGEN

1. In artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges (Stcrt. 2013, 11425) bepaalt dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek geen betrekking heeft op een met de behandeling van de zaak belast lid van het college. Deze bepaling moet zo worden gelezen dat als een lid van het college de zaak niet langer behandelt, de wrakingskamer zonder zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet - verder - in behandeling te nemen. Nu vaststaat dat Roelofs met ingang van
1 oktober 2017 met pensioen is gegaan en de zaken niet meer behandelt, wordt het wrakingsverzoek van 8 mei 2017 niet verder in behandeling genomen. Dit brengt mee dat een inhoudelijke beoordeling van wat verzoeker in het kader van dit verzoek heeft aangevoerd, achterwege blijft.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat het verzoek van 8 mei 2017 om wraking van
R.H.M. Roelofs in deze zaken niet verder in behandeling wordt genomen.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en J.J.T. van den Corput en E.W. Akkerman als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2017.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) R.L. Rijnen

KS