ECLI:NL:CRVB:2017:2388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting en eerste maand huur na detentie
Appellant was drieënhalf jaar gedetineerd en ontving bijstand. Na detentie woonde hij eerst bij familie voordat hij een zelfstandige woning betrok waarvoor hij bijzondere bijstand voor woninginrichting en eerste huur aanvroeg. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden en de eerste huur al was voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij slechts korte reserveringstijd had en geen lening kon afsluiten voor woninginrichting vanwege een lening voor studie. De Raad oordeelde dat omdat appellant acht maanden bij familie woonde, hij had kunnen reserveren en dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid is.
Ook voor de eerste huur werd geen bijzondere bijstand toegekend omdat de kosten al voldaan waren vóór de aanvraag. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting en eerste maand huur.