ECLI:NL:CRVB:2018:3269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten en huur wegens reeds voorziene kosten
Appellant, een WIA-uitkeringsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor de eerste maand huur, administratiekosten en inrichtingskosten van een woning in Schiedam. Het college wees de aanvraag af omdat de huur- en administratiekosten al waren voldaan en de inrichtingskosten niet als noodzakelijke kosten uit bijzondere omstandigheden werden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand niet wordt toegekend voor kosten die ten tijde van de aanvraag reeds waren voorzien en dat schulden door verslaving en justitiële problemen geen bijzondere omstandigheden vormen.
De Raad benadrukte dat de appellant als WIA-uitkeringsgerechtigde de mogelijkheid had om te reserveren voor de inrichtingskosten. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor inrichtingskosten en huur wordt afgewezen omdat de kosten reeds waren voorzien en niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.