ECLI:NL:CRVB:2017:1025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand inrichtingskosten, rechtshulp en individuele inkomenstoeslag
Appellanten hadden bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichtingskosten, kosten van rechtshulp en een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg wees deze aanvragen af op grond van het ontbreken van bijzondere omstandigheden, het feit dat rechtshulpkosten vóór de aanvraag waren ontstaan en onvoldoende bewijs van een laag inkomen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellanten in hoger beroep gingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat inrichtingskosten in principe uit bijstandsniveau moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen, wat hier niet het geval was. Ook de kosten van rechtshulp waren vóór de aanvraag ontstaan, waardoor afwijzing terecht was.
Ten aanzien van de individuele inkomenstoeslag concludeerde de Raad dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat hun inkomen onder 110% van de bijstandsnorm lag. Het college had de Verordening correct toegepast en mocht geen afwijking toestaan. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag.