ECLI:NL:CRVB:2016:5064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- F. Hoogendijk
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens schending inlichtingenplicht bij wijziging woonplaats
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een adres in Pekela. Na een anonieme tip werd onderzocht of zij daadwerkelijk op dat adres woonde. Uit onderzoek en verklaringen bleek dat zij vanaf 1 september 2013 feitelijk woonde bij haar ex-partner in een andere gemeente. Het college trok daarom de bijstand in en legde een boete op wegens het niet melden van deze wijziging.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, maar matigde de boete tot 50% van het benadelingsbedrag wegens normale verwijtbaarheid. Appellante ging in hoger beroep tegen beide uitspraken.
De Raad oordeelde dat het motiveringsgebrek in de besluiten met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd omdat appellante niet in haar verdediging was geschaad. De feiten en verklaringen boden voldoende grondslag voor de conclusie dat zij geen woonplaats meer had in Pekela en daarmee haar inlichtingenplicht had geschonden. De opgelegde boete van 50% van het benadelingsbedrag werd passend geacht, ondanks haar persoonlijke omstandigheden en financiële situatie.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en veroordeelde het college in de proceskosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de boete van 50% van het benadelingsbedrag worden bevestigd, met veroordeling van het college in de proceskosten van appellante.