ECLI:NL:CRVB:2016:3724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en huur van tweede woning
Appellant ontving sinds 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding van de Belastingdienst dat appellant naast zijn eigen woning een tweede woning huurde, stelde de gemeente Heerlen een onderzoek in. Uit dit onderzoek bleek dat appellant de huurovereenkomst voor de tweede woning had ondertekend en dat hij beschikte over middelen om de huur en zijn drugsgebruik te bekostigen. Appellant stelde dat zijn ex-partner de woning huurde, maar kon dit niet aannemelijk maken met verifieerbare stukken.
Het college van burgemeester en wethouders besloot daarom de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de ontvangen bedragen terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college voldoende feiten had verzameld om de intrekking te rechtvaardigen en dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de tweede woning.
De Raad wees erop dat appellant geen objectief bewijs had geleverd dat zijn ex-partner de huur betaalde en dat hij zelf ook regelmatig in de woning verbleef. De schending van de inlichtingenplicht maakte het onmogelijk om het recht op bijstand vast te stellen. De Raad zag geen aanleiding om de getuigen C en Z te horen en vond dat de terugvordering terecht was, hoewel daartegen geen zelfstandige beroepsgronden waren aangevoerd. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en het huren van een tweede woning.