ECLI:NL:CRVB:2020:15
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onduidelijke financiële situatie en te hoge huurkosten
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet als alleenstaande. Het college trok de bijstand per 1 oktober 2016 in omdat appellant een woning huurde met maandelijkse huurkosten van €1.100, wat hoger was dan zijn bijstandsnorm. Hierdoor werd aangenomen dat appellant beschikte over andere inkomstenbronnen. De verklaringen van appellant over zijn woonlasten waren tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn huur lager was dan in de huurovereenkomst vermeld. Appellant had geen bankafschriften overgelegd en had zijn inlichtingenplicht geschonden. Dit rechtvaardigde de intrekking van de bijstand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen, maar de Raad volgde de gemotiveerde beoordeling van de rechtbank. Het feit dat appellant na de periode nog op het adres woonde, bood geen duidelijkheid over zijn financiële situatie. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens onduidelijke financiële situatie en te hoge huurkosten wordt bevestigd.