ECLI:NL:CRVB:2016:3047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren door toepassing Zetelovereenkomst OPCW
Appellante en haar echtgenoot zijn in 1981 vanuit Iran naar Nederland gekomen. De echtgenoot werkte tot 1990 op de Iraanse ambassade en verkreeg pas daarna de Nederlandse nationaliteit. Vanaf 1996 werkte hij voor de OPCW en was aangesloten bij het Provident Fund van deze organisatie. Appellante vroeg in 2013 een AOW-pensioen aan, waarbij een korting werd toegepast wegens niet-verzekerde jaren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze korting ongegrond, omdat de uitsluiting van verzekering voortvloeit uit de Zetelovereenkomst tussen Nederland en de OPCW. Deze overeenkomst verplicht tot uitsluiting van de Nederlandse sociale zekerheid voor OPCW-functionarissen en hun echtgenoten, tenzij zij elders verzekerd zijn. Appellante voerde aan dat het Provident Fund geen vergelijkbare dekking biedt en dat zij onvoldoende geïnformeerd was, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad bevestigt dat de uitsluiting terecht is toegepast over de periodes waarin de echtgenoot werkzaam was bij de OPCW en op de Iraanse ambassade. Ook het beroep op discriminatie wordt verworpen, omdat het onderscheid een redelijke grond heeft en samenloop van sociale zekerheidsregelingen voorkomt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren op grond van de Zetelovereenkomst met de OPCW.