ECLI:NL:CRVB:2016:1899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhaalsrecht WGA-uitkering bij meerdere werkgevers eigenrisicodrager
De zaak betreft hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel over de verhaalsregeling van een WGA-uitkering bij een werknemer met twee werkgevers. Betrokkene was vanaf 2000 werkzaam bij twee werkgevers en viel bij beide ziek uit, waarbij zij zich tijdens de wachttijd bij één werkgever hersteld meldde en weer aan het werk ging.
Het geschil draait om de uitleg van artikel 72 van Pro de Wet WIA, dat bepaalt dat bij meerdere werkgevers de uitkering naar rato van de loonsom wordt verhaald op de eigenrisicodrager(s), tenzij de werknemer met behoud van loon bij een werkgever arbeid blijft verrichten (uitzonderingssituatie lid 3). De rechtbank oordeelde dat deze uitzondering niet geldt bij opeenvolgende uitval en werkhervatting, en dat de lasten dus verdeeld moeten worden over beide werkgevers.
Appellant stelde dat de uitzondering wel van toepassing is omdat betrokkene haar werkzaamheden bij hem had hervat tijdens de wachttijd, en dat de lasten daarom niet bij hem thuishoren. De Raad volgt echter de rechtbank en de wetsgeschiedenis, waarin de uitzondering alleen geldt indien de werknemer in één dienstverband volledig blijft werken zonder uitval.
De Raad benadrukt dat de duidelijke wettelijke tekst geen ruimte laat voor een bredere interpretatie van de uitzondering en dat de rechter niet bevoegd is om billijkheidstoetsen toe te passen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verhaalsregeling van de WGA-uitkering conform artikel 72 Wet WIA bevestigd.