ECLI:NL:CRVB:2015:3916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingezetenschap voor kinderbijslag bij terugkeer uit het buitenland
Betrokkene, geboren in 1989 en van Nederlandse nationaliteit, woonde van 1999 tot 2006 in Nederland en vestigde zich daarna in Groot-Brittannië waar zij een gezin stichtte. In maart 2012 keerde zij met haar dochter terug naar Nederland, gevolgd door haar partner, en verbleef zij bij familie zonder zelfstandige woonruimte. In november 2012 verhuisde het gezin terug naar Groot-Brittannië.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees haar aanvraag voor kinderbijslag af omdat zij tussen april en november 2012 geen duurzame persoonlijke band met Nederland had en dus niet als ingezetene kon worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, stellende dat de intentie en omstandigheden een duurzame band aannemelijk maakten.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat de duurzame band op de peildata nog niet was ontstaan. De intentie om zich definitief te vestigen is onvoldoende zonder objectieve ondersteuning zoals zelfstandige woonruimte of langdurig verblijf. De Raad verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de kinderbijslag.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderbijslag blijft in stand.